Verkooptechnieken voor kelners


  1. Suggestieve verkoop
  2. Inplaats van te vragen: wilt u iets drinken
    Zeg je beter: Mag ik u onze huiscocktail of een frisse gin-tonic aanbevelen?

  3. Upselling(luxere optie voorstellen)
  4. Upselling betekent: een duurdere of uitgebreidere versie voorstellen

    voorbeeld: Wilt u de gewone zaowang mix boot of onze special maki mix voor het volledige beleving?

    Belangrijk

    Bijvoorbeeld:
    Deze wijn past perfect bij uw sushi en heeft een frisse afdronk.

  5. Cross-selling (Extra's aanbieden)
  6. Dit betekent aanvullende producten voorstellen

    voorbeelden

    Good timing is hier alles
    niet meteen alles tegelijk aanbieden

  7. Productkennis gebruiken
  8. Een kelner die zijn producent kent,verkoopt meer

    Je met weten:

    Hoe enthousiaster je iets schrijft, hoe aantrekkelijker het wordt

    Bijvoorbeeld:
    Onze chef maakt deze dragon eyes rol dagelijks vers, met verse zalm en kanikama

  9. Beleving verkopen (emotionele verkoop)
  10. Mensen kopen geen eten, ze kopen een ervaring.

    In plaats van:
    dat is een boot met gemengde vis.

    Zeg je:
    Dat is onze Zaowang mix boot, een reis door de Japanse keuken met verse sashimi, klassieke nigiri en krokante futo maki rollen allemaal op één prachtig boot.

    Je verkoopt het gevoel.

  11. Schaarste gebruiken
  12. Voorbeeld:
    We hebben nog maar enkele porties van onze verse hamachi.

    Dit creëert:

    Maar dit moet eerlijk blijven

  13. Timing van verkoop
  14. Een goede kelner weet wanneer hij iets moet voorstellen.

    Te vroeg = irritatie
    Te laat = gemiste kans

  15. Lichaamstaal bij verkoop
  16. verkoop is ook non-verbaal:

    twijfel in je stem = minder verkoop

  17. Klantgericht verkopen
  18. Niet elke klant wil hetzelfde.

    Je past je verkoop techniek aan aan het type klant

  19. Subtiele techniek: keuze beperken
  20. In plaats van open vragen:
    ❌ "wat wilt u drinken?"
    ✔️ "Mag het water plat of bruis?"

    De klant kiest sneller als je opties beperkt.

  21. Belangrijk: wat mag je niet doen.
  22. Verkoop moet altijd samengaan met gastvrijheid.

Samenvatting

Een kelner verkoopt door:

Maar altijd met respect en gastvrijheid